Onderstaand belangrijke artikel verscheen op 10 juli 2006 in NRC-Next.
Het stuk is door mij gekopieerd om te voorkomen dat het stuk verloren gaat zodra NRC besluit om de eigen
link te verwijderen. Zolang dit niet het geval is raad ik aan de betere en orginele link van NRC te gebruiken:
http://www.nrc.nl/buitenland/article383301.ece


6 5
Pers VS onder vuur genomen
4
Kranten steunen elkaar niet in verdediging van recht op publicatie

3

Kranten in de VS liggen onder vuur na onthullingen over de ‘oorlog tegen terreur’. Deskundigen denken dat de regering verslaggevers wil laten vervolgen.

2
Door Tom-Jan Meeus
Washington - 10 juli 2006


Protest bij het kantoor van de New York Times in Washington. Conserv. Amerikanen vinden dat de krant met onthullingen ‘de vijand’ in de kaart speelt. Foto, AFP

Twee weken geleden ontving Joe Strupp, redacteur van het Amerikaanse mediatijdschrift Editor & Publisher (E & P), een opgewonden e-mail van de politieke redactie van The Wall Street Journal. Strupp, vertelde hij, had 23 juni op de site van E & P de scoop bejubeld die The New York Times die ochtend bracht: in de oorlog tegen terreur bleek de inlichtingendienst CIA toegang te hebben gehad tot databank in België waarin bijna alle internationale banktransacties worden geregistreerd, Swift.

Een slordig bericht van E & P, mailde Gerald Seib, chef politieke redactie van The Journal. „Zoals je vandaag aan de opening van The Wall Street Journal kunt zien, hebben wij het verhaal ook”, schreef Seib. En de avond tevoren had The Journal zijn primeur net als The Times op zijn website geplaatst. Seib: „Vrijwel gelijktijdig.”

Er is inmiddels veel veranderd. De redactie van The Wall Street Journal klopt zich niet meer op de borst voor zijn scoop. En de commentatoren van de krant werden wobbly, zoals dat hier heet. Ze verdedigden in een hoofdartikel de publicatie in de eigen krant, maar openden in hetzelfde stuk de aanval op The New York Times, die „niet goed van vertrouwen” in de oorlog tegen terreur zou zijn.

Dit past in een trend. Eerst noemde president George W. Bush het stuk een „schandalige” ondermijning van de anti-terreurstrijd. Vervolgens drongen conservatieve Congresleden aan op vervolging van de krant (wegens de onthulling van staatsgeheimen) en ontzegging van de toegang van The Times tot het Witte Huis.

Sindsdien attaqueren rechtse bloggers en conservatieve bladen de krant in aan razernij grenzende woede. „The New York Times heeft het terroristen gemakkelijker gemaakt, niet moeilijker, om Amerikanen te vermoorden”, aldus gisteren het conservatieve weekblad The National Review. „De krant verdient straf wegens steun aan onze bloeddorstige vijanden.”

Toch zeggen waarnemers dat het opzetje waarmee het Witte Huis de weg voor deze aanvallen bereidde erg doorzichtig was. Ze wijzen op uitspraken van Bush’ woordvoerder Tony Snow, de dag dat de verhalen over Swift in The New York Times, The Wall Street Journal en de Los Angeles Times (dat het verhaal ook had) uitkwamen. Snow zei toen dat het stuk „een redelijk en gebalanceerd” beeld gaf. Pas drie dagen later opende Bush de aanval op diezelfde krant.

„Het angstige aan deze hele geschiedenis”, zegt Joe Strupp van E & P, „is dat de regering er met zijn conservatieve geestverwanten in slaagde het werkelijke debat – hoe ver mag de privacy worden aangetast in de oorlog tegen terreur? – om te vormen tot een debat over de pers.” Slim ingespeeld op het feit dat burgers in de oorlog tegen terreur voorrang geven boven vrijwel alles, zegt hij. Maar voor de rol van The Journal kan hij geen waardering opbrengen.

„Toen de scoop gevierd kon worden, was The Journal boos om het gebrek aan erkenning. Maar toen de regering op The Times begon te hakken, kwam de krant met kronkelredeneringen om zichzelf uit de wind te houden en de regering toch te steunen.” Ook op de eigen redactie leidde het artikel van The Journal tot opgetrokken wenkbrauwen.

Intussen zit The Times zwaar in het defensief. Opiniepeilingen laten zien dat de bevolking de regering steunt, niet de krant. Hoofdredacteur Bill Keller publiceerde met zijn colle ga van de LA Times onlangs een opiniestuk. Volgens hem gaf de regering, in het overleg vóór publicatie over Swift, onwaarachtige argumenten tegen publicatie: het gevaar van een artikel zou zijn dat banken niet langer wilden meewerken. Bovendien ging de regering, toen ze eenmaal wist dat de krant zou publiceren, alsnog Congresleden informeren.

Keller hoopte, zo legde Joe Strupp gisteren in E & P uit, dat ook de hoofdredacties van The Wall Street Journal en The Washington Post het stuk zouden ondertekenen. Maar die haakten af. „Het is duidelijk dat de kranten – in deze uitzonderlijke tijden – elkaar niet steunen”, zegt Strupp.

Er doemt meer gevaar op. In Virginia loopt een proces tegen twee lobbyisten van AIPAC, het belangrijkste onderdeel van de Israël-lobby in de VS. Zij beschikten over staatsgeheimen, verkregen van ambtenaren, en gaven deze door aan bevriende journalisten. Greg Leslie van het Reporters Committee for the Freedom of the Press is bezorgd: „Wij hebben de indruk dat de regering in het proces wil toetsen hoe de rechter de positie beoordeelt van journalisten die staatsgeheimen ontvangen. Een veroordeling zou journalisten erg kwetsbaar maken.”

Minister van Justitie Gonzales heeft na eerdere onthullingen al gehint op vervolging van reporters. En zou het voor Bush, geen mooie campagnestunt zijn om een paar verslaggevers die de nationale veiligheid in gevaar brachten, geboeid af te kunnen voeren? „Dat is natuurlijk speculatie”, zegt Leslie. „Maar het is geen onzinnige speculatie, geloof ik.”

De kwetsbaarheid van de Amerikaanse media voor kritiek van politici is uitzonderlijk groot.

Recent opinieonderzoek van Gallup bevestigt dat de geloofwaardigheid van de media, vooral kranten – in mindere mate televisie– in vergelijking met andere beroepen laag is.

Dertig procent van de bevolking heeft een redelijke tot hoge achting van krantenjournalisten.

Congresleden, vakbonden en grote bedrijven scoren lager. Maar bij voorbeeld voor militairen (73 procent), de politie (58 procent), kerken (52 procent), banken (49 procent) het openbaar onderwijs (37 procent) en de president (33 procent) bestaat meer waardering.

In de VS is een conflict ontstaan tussen twee kranten over het wel of niet publiceren van het nieuws dat de inlichtingendienst CIA toegang had tot de financiële databank Swift.

In een hoofdartikel (30 juni) verdedigt The Wall Street Journal zijn eigen onthulling hierover , terwijl de krant een artikel over hetzelfde thema in The New York Times aanvalt.

Volgens het hoofdartikel kon The Journal hetzelfde stuk brengen omdat het ministerie van Financiën de krant, die eerder vragen had gesteld, informeerde toen men wist dat The New York Times zou publiceren. Had de redactie de bezwaren van de regering gekend dan zou de krant het verhaal „waarschijnlijk niet” gebracht hebben.

„Het probleem met The Times is dat miljoenen Amerikanen niet langer geloven dat zijn redacteuren zelfs maar een beetje zijn te vertrouwen bij het afwegen van belangen [in de strijd tegen terreur, red.]. Wij vertrouwen de krant zeker niet. In de ene zaak na de andere is gebleken dat The Times gelooft dat de VS niet werkelijk in oorlog zijn [..].”

„Politici spreken over vervolgingen [van journalisten]. Een goede reden voor ons in de media om te erkennen dat [..] soms niet al het nieuws geschikt is voor publicatie.”

    
Terug naar begin
TOP

Overzicht
   

meer bij deze site
uitgebreide index
911 Links (zeer uitgebreid)
911 ACTUALITEIT & VIDEO

Getuigenis WTC: William Rodriguez
WAARHEID 911.VOLKSRANTBLOG.NL



Stel deze informatie beschikbaar aan vrienden en kennissen.
Verlang van nieuwsmedia en politiek om antwoord te geven op de vele vragen.